Huisdieren » Muis


Tamme muis


Muizen lijken misschien wat gewoontjes, maar ze zijn zeker niet saai! Als u ooit een groepje muizen heeft zien spelen, zult u vast weten dat muizen hele vermakelijke diertjes kunnen zijn. Ze zijn misschien wat lastiger in de omgang en vast te pakken dan sommige grotere knaagdieren, zoals ratten of cavia’s, maar muizen kunnen heel tam worden. Met voldoende aandacht en zorg kan een muis, indien u hiermee begint als het dier nog jong is, later best opgepakt worden en zal hij ook uit u hand eten. Muizen zijn ideale huisdieren door hun geringe formaat, leuk om naar te kijken en niet moeilijk te verzorgen. De meest voorkomende muis is de witte muis, waar alle later gefokte muizen uit voortkwamen. Alle muizen, dus ook de witte, vallen onder de “kleurmuizen.” Er zij wel 40 verschillende muizenrassen. Van Angoramuis, Siamese muis tot Chinchillamuis. Maar in de meest voorkomende is de éénkleurige of zwart-wit gevlekte muis. 

  Lengte en gewicht:
Pas geboren muizen wegen slechts 1 á 2 gram. Een volwassen muis weegt tussen de 40 en 60 gram. De kleurmuis wordt 7 tot 11 centimeter lang. Inclusief de staart zijn ze twee keer zo lang. 

Nachtdieren:
Muizen zijn nachtdieren en zullen derhalve ’s avonds en ‘s nachts actief zijn. Verwacht overdag dus niet teveel van ze. 

Mannetjes of vrouwtjes?
Vrouwtjesmuizen zijn het meest geschikt om als huisdier te houden. Dit omdat hun urine niet zo erg stinkt als die van mannetjesmuizen. Muizen zijn sociale dieren en niet graag alleen dus u kunt wellicht het beste voor twee of meer vrouwtjes kiezen. Twee mannetjes zullen met elkaar in gevecht gaan en een mannetje en een vrouwtje samen gaan onherroepelijk voor ernstig veel nageslacht zorgen. Muizen krijgen ongeveer tien keer per jaar jongen, maximaal twintig per worp! 

Levensverwachting:
Een groot nadeel aan het houden van muizen als huisdier is hun korte levensverwachting. Gemiddeld worden ze 1,5 tot 2 jaar oud, hoewel ze soms ook wel 3 jaar oud kunnen worden. 

Aanschaf:
Als u één of meerder muizen gaat uitzoeken, ga dan zo laat mogelijk in de middag, daar muizen dan het actiefst zijn. Let er op dat ze beweeglijk zijn en niet suf overkomen. De vacht moet glad en schoon zijn en de oogjes en neus vrij van viezigheid. De mond en het anale deel moeten er schoon en droog uitzien. Let er ook op dat de kooien waar ze in gehouden worden schoon zijn. Zoek een fokker, of dierenwinkel waar de mannetjes en de vrouwtjes op jonge leeftijd uit elkaar gehaald worden. Muizen kunnen zich namelijk na 6 tot 8 weken voortplanten en waarschijnlijk zit u niet te wachten op twintig babymuisjes! 

Huisvesting:
De grootte van de kooi hangt ervan af hoeveel muizen u er in wilt houden. Voor één of twee muizen of een kleine groep vrouwtjes is een lengte van 40 cm. Muizen zullen het erg op prijs stellen als er meerdere niveaus in hun onderkomen aanwezig zijn, omdat ze dol zijn op klimmen. Glazen aquariums en metalen kooien zijn het meest geschikt als huisvesting. Bij een aquarium heeft u een goed afsluitend deksel met voldoende ventilatie nodig. Ook is het van belang te weten dat een glazen of plastic onderkomen sneller naar ammoniak en andere geurtjes gaat ruiken dan een kooi met tralies. Daarentegen heeft een glazen of plastic onderkomen wel het voordeel dat u hier een dikke laag zaagsel in kunt doen, die de muis niet constant over de grond kan strooien. Metalen kooien met horizontale tralies hebben het voordeel van goede ventilatie en ze bieden de muis veel klimgelegenheid aan de zijkanten van de kooi. Verder is het gemakkelijker om platforms en speelgoed vast te zetten aan de zijkant van de kooi. Het belangrijkst bij een metalen kooi is dat de afstand tussen de tralies klein genoeg is. Zo kan de muis niet ontsnappen of vast komen te zitten in een poging daartoe. Onderschat vooral niet hoe weinig ruimte een muis hiervoor nodig heeft! Neem een kooi met een gladde ondergrond, dit is makkelijker bij het schoonmaken en veel prettiger voor muizenpootjes dan een getraliede ondervloer. 

 

Plaats van het muizenonderkomen:
Het beste is het om deze op een plek te zetten waar de muis veel contact kan hebben met mensen, dit vergemakkelijkt het tam maken van de muis aanzienlijk. Verder moet het een tochtvrije plek zijn, niet in de felle zon en ergens waar andere huisdieren er niet bij kunnen komen. 

Bodembedekking:
Hiervoor kunt u zaagsel of hooi gebruiken, maar ook versnipperde kranten of zand. Muizen vinden het fijn om holen te graven, dus een dikke laag bodembedekking zal door de muis zeer gewaardeerd worden! 

Accessoires:
Muizen spelen en klimmen graag, dit is voor u leuk om naar te kijken en het houdt de muis in conditie. Rondrennen in een looprad vinden alle muizen een feest, dus een looprad zou zeker tot de standaarduitrusting moeten behoren. Ook kunt u denken aan: trappetjes, touwladders, omgekeerde bloempotten en knaagbestendige plastic buizen. Verder kunt u met wat fantasie de muis een afwisselde, uitdagende speelomgeving bieden. Alles met gaten erin vinden muizen leuk, evenals wc-rollen, eierdozen en kleine kartonnen doosjes. Let er wel op dat hier geen plastic of andere kleine delen in verwerkt zitten die de muis op kan eten en zorg dat er geen loszittende draden of touwtjes zijn, daar de muis hierin verstrikt kan raken. 

Drinkwater:
Voor het drinkwater zijn plastic drinkflessen het meest geschikt. Deze kunnen niet omvallen en ze zijn hygiënischer dan drinkbakjes. 

Schoonmaken:
Het gehele onderkomen moet minstens één maal per week goed schoongemaakt worden, maar de plek waar de muis plast kunt u het beste om de drie dagen schoonmaken. Het is beter om niet te wachten met schoonmaken tot het gaat stinken, daar de geuren tegen die tijd voor de muis erg bedwelmend kunnen zijn. Verder is het handig om een reservekooi te hebben waar u de muis of muizen in kunt zetten als u de kooi of bak schoon gaat maken. Het is wel zo dat een muis zijn territorium markeert met zijn geur, indien u het complete onderkomen vaak helemaal desinfecteert kan de muis hier gestrest door raken. Dit kunt u voorkomen door een klein beetje van de oude bodembedekking terug in de kooi te leggen na het schoonmaken. ( Zodat de muis z’n geur toch herkent). 

Voeding:
U kunt de muis een complete samengestelde mix, waarbij de hoofdmoot bestaat uit granen en graszaden, geven zoals te koop in de beter gesorteerde dierenwinkels. Maar voor de muis is dit wel wat monotoon en hij zal vaak alleen zijn favoriete stukjes eruit pikken waardoor de muis een ongebalanceerd dieet krijgt. Geef de muis twee keer per dag kleine hoeveelheden ( één flinke eetlepel per muis is voldoende) en zorg ervoor dat alles op is, of haal de restanten weg voor u nieuw voer geeft. Dit kunt u aanvullen met vers fruit ( druiven, appels, bananen etc. ) en groente ( komkommer, wortels, broccoli etc.) Verder kunt u gekookte pasta geven, noten, rozijnen, zonnebloemzaden (met mate want hier zit erg veel vet in) en beschuit. Maar alles met mate want muizen kunnen hierdoor last krijgen van diarree. Indien u bemerkt dat u muis diarree krijgt van een bepaald voedingsmiddel, geef dit dan niet meer. Geef een muis liever geen “junkfood” als patat, snoep of chips en geef nooit chocola daar dit giftig is voor muizen. Zorg ook altijd voor vers drinkwater.


Omgaan met muizen:
De meeste muizen zullen na verloop van tijd behoorlijk tam worden als u er tijd, aandacht en geduld voor heeft. Laat een muis eerst aan zijn nieuwe omgeving wennen. Als de muis eenmaal kalm is kunt u steeds meer tijd in de omgeving van de kooi doorbrengen, hierbij kunt u rustig tegen de muis praten om hem aan uw stem te laten wennen. Als u bemerkt dat de muis niet nerveus van uw aanwezigheid meer wordt en zelfs wat nieuwsgierig naar u toe doet, kunt u beginnen met het voorzichtig, met de hand geven van favoriete snacks zoals zonnebloempitten. Als de muis éénmaal uit uw hand eet, zal hij misschien over uw hand heen gaan lopen. Nu kunt u voorzichtig beginnen met het oppakken van de muis. 

 

Muis oppakken:
Het oppakken van de muis kunt u doen door uw hand komvormig onder de muis te schuiven. Knijp niet in de muis en pak hem niet te stevig vast! Leer uzelf aan de muis op te pakken bij de wortel van de staart. Doe dit voorzichtig doch stevig. Misschien moet u de muis (zeker in het begin) hier blijven vasthouden om te voorkomen dat hij van u hand afspringt. In tegenstelling tot wat vaak gedacht word is deze manier van oppakken niet pijnlijk voor de muis. Als dat wel zo zou zijn zou de muis piepen. Pas altijd goed op dat de muis niet kan vallen, een val van een relatief kleine hoogte kan al ernstige verwondingen veroorzaken! U kunt de muis het beste boven uw schoot houden of vlak boven een ander zacht oppervlak, voor het geval de muis plotseling wegspringt of valt. Als het noodzakelijk is de muis op te pakken, maar deze is nog niet tam, kunt u een bekertje gebruiken. Zet hierbij het bekertje op zijn kant aan de voorkant van de muis en dirigeer de muis er voorzichtig in. Het bekertje kunt u gebruiken om de muis in te dragen naar de plek waar hij noodzakelijkerwijs even naartoe moet. 

Buiten de kooi:
Als u het goed vind dat de muis tijd doorbrengt buiten de kooi, is het noodzakelijk de omgeving “muisvriendelijk” te maken. Let er op dat er geen plekken zijn waar de muis zich kan verstoppen ( zoals onder de bank ) of waar de muis weg kan lopen. Houd de deuren dus dicht! Verzeker uzelf ervan dat er geen elektradraden losliggen en dat er geen andere zaken zijn waarmee de muis zich kan verwonden, zoals giftige planten. Denk er aan dat muizen erg moeilijk te vangen kunnen zijn. 

Dit is een bijdrage van M. Schuttevaer