Marlland Irish Se ...
|
Beagle puppy's
|
Selkirk Rex kitte ...
|
Selkirk Rex kitte ...
|
Spinnen hebben geen goede reputatie.
Dit komt veelal door hun uiterlijk, gedrag en met name de media !
Het eerste onderscheidt
Er zijn ruim 40.000 soorten echte spinnen. Hiervan zijn er slechts enkele soorten echt giftig, een voorbeeld hiervan is de zwarte weduwe. Ik bespreek alleen de familie van de vogelspinnen omdat die mijn meeste aandacht trekken. Het gif van echte vogelspinnen is over het algemeen voor mensen niet dodelijk. Toch kan een beet zeer pijnlijk zijn en is het vermijden hiervan wel aan te bevelen. De familie van de vogelspinnen behoort tot een groep relatief primitieve spinnen. Vogelspinnen worden vaak foutief "tarantula's" genoemd terwijl de tarantula een Zuid-Europese wolfsspin is, uit de familie van de Echte spinnen en dus beslist niet te verwarren met de vogelspin.
De vogelspin
Vogelspinnen komen voor in alle gematigde en tropische gebieden van de wereld. Zoals eerder genoemd is deze spinsoort relatief vrij primitief. Dit houdt dus in dat hun gedrag en levenswijze is voorgeprogrammeerd. Een spin handelt dus puur instinctief en kan ook niet veel anders. Hier zult u dus terdege rekening mee moeten houden i.v.m. huisvesting, voeding, hantering etc. De vogelspin is in drie groepen in te delen:
1. Boombewoners:
Zijn vaak minder geschikt voor terraria (m.u.v. een aantal Avicularia-soorten) omdat ze snel en actief jagend zijn. Deze soorten zijn over het algemeen vrij agressief. Ze bezitten een relatief klein achterlijf met dikke voeten. Daarmee hechten ze goed aan gladde oppervlakken.
2. Bodembewoners:
Dit zijn compact, soms kleurrijke spinnen, die vaak voor hun schuilplaats zitten en van daaruit op hun prooi jagen. Dit zijn hierdoor de meest geschikte terrariumsoorten.
3. Ondergronds levende soorten:
Deze spinnen zitten onder de grond (soms enkele meters diep), zijn meestal kortbehaard en vrij kleurloos. Vaak zijn het ook nog nachtdieren die zelden zichtbaar zijn. Deze eigenschappen maakt ondergronds levende soorten vrij ongeschikt voor Terraria.
Pas het terrarium volledig aan bij de levenswijze van de soort vogelspin die er in komt.
Persoonlijk ben ik een erg voorstander van het welzijn van het dier. D.w.z. dat de natuurlijke omstandigheden zoveel mogelijk nagebootst dienen te worden. Zoals al eerder vermeld zal de spin zich niet aan de omstandigheden aanpassen maar moeten wij de omstandigheden aanpassen aan de spin.
Er zijn legio mogelijkheden om de spinnen in te huisvesten. Zorg er in ieder geval voor dat de bak goed ventileert. Schimmels en bacteriën zijn doodsoorzaak nummer 1. Gebruik die terrarium-grootte dat de spin genoeg ruimte heeft om zijn territorium in te richten en ook nog eens een ommetje kan maken. Hij moet echter nog wel in staat zijn om zijn prooi te vinden. Zorg verder dat je makkelijk via deurtjes of een stevig deksel in het terrarium kunt komen i.v.m. onderhoud etc.
Boomspinnen eisen eerder meer hoogte dan een ruim grondgebied. Wel is hier i.v.m. de hoge luchtvochtigheid een goede ventilatie van groot belang. De minimale hoogte is toch wel 30 tot 40 cm, maar de voorkeur gaat toch wel uit naar ruim 50 tot 60 cm hoogte.
Bodemspinnen hebben niet veel hoogte nodig. Een doorsnede van 30 x 30 x 30 cm volstaat in dit geval. Gebruik minimaal 5 tot 10 cm bodembedekking zodat de spin een veilig onderkomen kan creëren (Dit ter voorkoming van stress). Gebruik daarom ook altijd een achterwand. Ten eerste staat het fraaier en het komt de rust van de spin ook ten goede.
De bodembedekking
Voor de bodembedekking zijn legio mogelijkheden. De bewoners van het tropisch regenwoud kun je heel goed een mengsel van veenmos en mestvrije potgrond geven (of een turf/zandmengsel). Bij spinnen uit drogere gebieden gebruiken we grof brekerzand in plaats van potgrond. Voor alle soorten kun je het voor terrariumdieren verkrijgbare houthaksel of de kleikorrels uit de hydro-cultuur gebruiken. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan bodemtypes die makkelijk vocht vasthouden en waarin de spin naar hartelust kan graven. Ikzelf gebruik gewoon oude potgrond. Zoals eerder vermeld hebben bodemspinnen een diepere bodemlaag nodig dan boomspinnen zodat ze een veilig heenkomen kunnen creëren. Houdt de bodem licht vochtig, zodat het vocht net voelbaar is.
De inrichting
De inrichting kun je verder verfraaien met hout, stenen, kurkschors, bloempotten etc. Gebruik altijd materialen die wat makkelijker schoon te maken zijn, i.v.m hygiëne en onderhoudsgemak. Ook hier gaat het weer om het bieden van beschutting terwijl het terrarium er ook qua uiterlijk op vooruitgaat. Je kan er voor kiezen om holen en gangen voor te bereiden. Zo kun je deze tegen het glas plaatsen en is de spin ook in zijn hol zichtbaar. Een spin kan dit natuurlijk ook prima zelf. Let er wel op dat je huisdier niet geplet kan worden door de gebruikte attributen.
Je kan verder kiezen voor echte planten of kunstplanten. Het ene staat wel natuurlijker en is soms ook beter (denk aan onze boombewoners). Het voordeel van nepplanten is natuurlijk wel dat het makkelijker te onderhouden is.
De gouden tip is hier :
"bedenk eerst welke soort spin je wilt hebben en pas daar je hele inrichting op aan"
Onder de noemer klimaat plaats ik temperatuur en luchtvochtigheid ! Een goede temperatuur en luchtvochtigheid zijn cruciaal voor veel terrariumdieren en dus ook voor onze vogelspinnen.
De temperatuur
Voor de meeste soorten zal de ideale temperatuur tussen de 20-28 °C schommelen. Let wel : Dit is een gemiddelde temperatuur. De werkelijke temperatuur is natuurlijk afhankelijk van de soort. De juiste temperatuur kunt u op verschillende manieren bewerkstelligen:
De twee meest gebruikte methoden zijn warmtematten en lampen. Beide hebben hun voor- en tegenstanders, dus de keus is aan u zelf.
Warmtematten
Kiest u voor een warmtemat plaats deze dan gedeeltelijk onder de bak (ongeveer de helft tot twee-derde van de bodemafmeting). Door niet de hele bak te verwarmen zijn er ook koelere plaatsen en dus kan de spin de meest comfortabele temperatuur opzoeken. Vaak houdt men er naast een warmtemat ook nog gewone verlichting op na (een TL-buisje), zodat de spin ook nog goed zichtbaar is. Een nadeel van warmtematten kan zijn dat de bodem te snel uitdroogt en dat bodemspinnen door middel van holen graven geen verkoeling kunnen vinden.
Lampen
Sommigen preferen rood licht terwijl anderen gewoon licht gebruiken. In dit geval kunt u beter voor een spotlamp kiezen omdat deze al hun licht en warmte op één plaats richten, zodat een temperatuurgradiënt gecreëerd wordt. Zodoende kan de spin zijn eigen warmtebehoefte weer bepalen. Gebruik lampen van zo laag mogelijk Wattage en zorg er tevens voor dat de lamp niet te dicht boven de bodem hangt. Bij boomspinnen moet u er rekening mee houden dat deze hun wooncocon dicht bij de lamp kunnen plaatsen wat dus problemen kan veroorzaken.
De luchtvochtigheid
Luchtvochtigheid is voor spinnen cruciaal i.v.m. hun vervelling (zie elders op deze website). De gemiddelde luchtvochtigheid ligt tussen de 60-85 % RV. Ook hier geldt uiteraard weer dat de juiste luchtvochtigheid variëert per soort.
Boomspinnen eisen een hogere luchtvochtigheid dan bodemspinnen. Dit kunt u bewerkstelligen door de bodemgrond licht vochtig te maken. Wanneer u dan de bodem samenknijpt, moet het zijn vorm behouden zonder dat er teveel water uit sijpelt. Om het geheel vochtig te houden dient u een paar keer per week tot dagelijks te sproeien met een verstuiver. Kraanwater kan maar sommigen gebruiken liever gedestilleerd of gekookt water i.v.m. de waterhardheid.
Zorg hierbij wel voor een goede ventilatie omdat er anders binnen de kortst mogelijke keren bacteriën en/of schimmels in de bak zitten. Dit moet u koste wat kost vermijden omdat vogelspinnen hier zeer gevoelig voor zijn.
Echte planten bevorderen de luchtvochtigheid. Zorg er tevens voor dat er altijd een schaaltje vers water aanwezig is in de bak zodat de spin ook zijn eigen waterhuishouding kan regelen.
Er zijn verschillende soorten voederdieren verkrijgbaar, b.v. krekels, sprinkhanen en meelwormen. Een beetje "speciaalzaak" verkoopt ze tegenwoordig wel. Prooien kleiner dan de spin zelf zijn geschikt (± 1/3 van de lichaamsgrootte van de spin). Voer regelmatig, één tot drie krekels per week. Verwijder de niet opgegeten prooien bij de spin. Dit voorkomt dat ze in de bak hun huis zoeken. Ook kunnen overgebleven krekels de spin aanvreten, met alle gevolgen van dien.
Voer de krekels ook regelmatig met fruit en groenten. De kwaliteit van de krekel bepaald de gezondheid van de spin.
Problemen met eten kunnen zich voordoen als:


| Klaar om te vervellen | De oude huid scheurt open |
![]() | |
| De poten zijn er al uit | Naast het vel rust de spin uit |
![]() |
De vrouwtjes van deze soort kunnen 7-8 cm groot worden. Ze hebben een fors lijf met opvallende en contrasterende gekleurde poten. De Brachypelma smithi valt onder de bedreigde diersoorten en mag dus niet worden uitgevoerd. Door zijn populariteit is de spin echter in voldoende mate uit nakweek beschikbaar.
Zorg ervoor dat de spin een onderkomen kan creëeren, dit kan prima een stuk hout of steen zijn, want het diertje is wel gesteld op enige privacy. De temperatuur in het terrarium moet ongeveer tussen de 22°C en 24°C liggen. Probeer verder de luchtvochtigheid zo rond de 60-70% te houden. Sproei daarom enige malen per week op een vaste plaats in het terrarium. Voer ongeveer tweemaal per week 2-3 krekels, afhankelijk van de grootte. De krekels moeten kleiner zijn dan de spin zelf, ongeveer 2/3 is ideaal. Plaats tevens een klein waterschaaltje in de bak en ververs het water dagelijks. Verwijder voedselresten binnen een dag, dood of levend. Dit i.v.m. hygiëne en ter voorkoming dat de prooien de spin aanvreten. Een terrarium van 30 x 30 x 30 cm is voldoende om de "smithi" te huisvesten. Gebruik een bodemlaag van ongeveer 5 tot 12 cm dik zodat de spin ook wat kan graven.
Het is een ongeveer 7 cm grote spin die veel weg heeft van de Brachypelma vagans. Dit komt doordat beide een roodharig achterlijf hebben. De B. angustum komt iets slanker over terwijl de poten zwartblauw zijn. Het rugschild is bij de B. angustum rozig wat mooi contrasteerd met de blauwzwarte poten.