Schipperke

Schipperke is een van oorsprong Belgisch hondenras.


Uiterlijk
De schofthoogte van het schipperke bedraagt tot 32 cm, afhankelijk van het gewicht (ca. 5.5 kg). Het schipperke heeft een harde vacht met en dichte ondervacht. Rond de nek en de achterpoten is de vacht langer. De kleur van de vacht is meestal zwart zonder bijzondere aftekeningen. In sommige landen worden in de rasstandaards ook andere kleuren toegestaan. De kleur van de ogen is donkerbruin. Hij heeft hoog ingeplante, driehoekige, staande oren. Vanaf 2006 worden geen staartjes meer ingekort. De staart heeft meestal veel weg van die van een eekhoorn naar voren teruggekruld .


Gebruiksdoel
De naam schipperke betekent eigenlijk scheperke, wat op zich weer een dialectische vorm is van klein herdershondje. Het is dan ook de kleinste scheper. Het schipperke kan aangewend worden bij het hoeden van schapen en ander (klein) vee , bij de jacht op (klein) wild of als waak- en familiehond.


Karakter
Het schipperke is intelligent, attent en beweeglijk, nieuwsgierig, wantrouwig tegenover vreemden en hij blaft nogal graag. Met kinderen kan hij over het algemeen goed opschieten en ook de eigen huisdieren, hof- en neringdieren worden ongemoeid gelaten. Voor de rest heeft het schipperke een natuurlijke aanleg op alles te jagen dat beweegt: vliegen, muggen, muizen, ratten, konijnen, vogels, kippen, fazanten… Enige zelfoverschatting (probeer eens een paard weg te blaffen) is nooit ver weg.


Beweging
Het schipperke is een brok puur dynamiet. Deze hond heeft, om zich gelukkig te voelen, veel beweging en spel nodig om zijn energie kwijt te kunnen. Voor de gemiddelde jogger is het een uitdaging dit hondje bij te houden. Op latere leeftijd worden schipperkes opvallend rustiger.