Rassen/soorten overzicht » Alaskan Malamute

De Alaskan Malamute

Oorsprong en geschiedenis.
Moderne onderzoekers nemen aan dat ca. 2000 a 3000 jaar geleden grote volksverhuizingen hebben plaatsgevonden, waarbij volkeren uit Oost-Azië via de Bering Straat, Noord-Amerika binnentrokken. Bij hun tochten werden zij vergezeld door honden, die zij voor hun vrachtsleden spanden en ook voor de jacht gebruikten.
Tot de volkeren die Noord-Amerika en Alaska binnentrokken behoorden de voorvaderen van de Inuit-stam de Mahlemuts, die zich vestigden van Point Barrow tot de Kotzebue Sound. Eeuwenlang leefde men hier zonder inmenging van buitenaf. Mensen en honden hebben zich aangepast aan en voortbestaan onder de moeilijkste omstandigheden in een ruig en ruw land, dat minstens negen maanden per jaar door sneeuw en ijs bedekt was.

Hier ontwikkelde zich de Alaskan Malamute, de oudste inheemse, oorspronkelijke Amerikaanse hond. Niet gefokt op schoonheid volgens een bepaalde standaard, maar geschikt om zware sleden te trekken,
 
In staat als jachthond te fungeren en met het weerstandsvermogen toegerust om de barre klimatologische omstandigheden te kunnen overleven.

Het duurt tot aan de 19e eeuw voor de verhalen en geschriften van zeevaarders en ontdekkingsreizigers een beeld van het leven in Alaska gaan geven. In 1775 zetten de Russen een serie handelsposten op langs de zuidelijke kust van Alaska. Alexander Mackenzie trekt, in 1792/1793, langs de poolkusten van Alaska. Uit zijn reisverhalen en verslagen blijkt dat de inheemse bevolking voor het vervoer gebruik maakte van grote vrachtsleden, waarvoor honden werden ingespannen.
 
De meeste Inuit-stammen bestonden uit mensen van kort postuur, met zeer kleine handen en voeten. Een uitzondering hierop vormde de stam der Mahlemuts, die aanzienlijk langer waren. Zij werden zowel door de Russen als latere ontdekkingsreizigers beschreven als een hoogontwikkeld, hard werkend volk dat beschikte over uitzonderlijk mooie honden, die opvielen door hun vriendelijk en zacht karakter ten opzichte van de mens. Men berichtte ook dat de Mahlemuts hun honden beter behandelden en verzorgden dan de andere poolvolkeren, die vaak ruw en zelfs wreed met hun honden omgingen.
Als in 1896 goud ontdekt wordt in Alaska, komt een stroom goud- en gelukszoekers het land binnen. Vele brengen hun eigen honden mee (St. Bernhards, Duitse Herders, Labradors, etc), maar al gauw blijkt dat deze rassen niet bestand zijn tegen de kou en ontberingen van dit onbekende land. De vraag naar poolhonden, in het bijzonder Malamutes neemt zulke vormen aan, dat binnen korte tijd elke bastaardkruising voor een echte Malamute verkocht wordt. Als tussen 1908 en 1918 de slederennen in Alaska populair worden, gaat het verval van het oudste oorspronkelijke Amerikaanse ras in versneld tempo verder. Men fokt om snellere honden te krijgen met de meest waanzinnige combinaties.
Het is tussen 1920 en 1940 het werk van slechts enkele mensen geweest waardoor wij heden ten dage de Alaskan Malamute nog als ras kennen en kunnen bezitten. Zij waren het, die hun eerste fokmateriaal uit Alaska kregen via sledehondenfokkers, poolreizigers, zgn. ‘trappers , zendelingen en missionarissen op buitenposten. De meeste sledehondenfokkers in die dagen kenden elkaar, en mede door dit contact was het mogelijk om in de States de eerste paartjes Malamutes bij elkaar te krijgen.
 
De eerste belangrijke fokker was Arthur Walden van de Chinook Kennel, de latere Kotzebue Kennel, gevestigd in New England. Deze kennel werd in 1928 in zijn geheel overgenomen en voortgezet door mr. & mrs. Milton Seeley. Nog heden worden Malamutes onder de kennelnaam Kotzebue gefokt. Mrs. Seeley (Eve) heeft zich tot het uiterste ingespannen voor de raszuivere Malamute en dankzij haar inspanning en een door haar opgestelde standaard, werd in 1935 het ras erkend door de American Kennel Club, en opgenomen in een stamboomboek.
Volgens deze standaard vertegenwoordigden de afstammelingen uit de Kotzebue-lijn als beste het type. Het waren vrijwel uitsluitend Malamutes van deze afstamming die als eerste in het AKC-stamboek werden geregistreerd. Een andere zeer belangrijke fokker van het ras was Paul Volker, hij fokte onder zijn kennelnaam M’loot. Zelf heeft hij weinig moeite gedaan om de door hem gefokte Malamutes in het A.K.C-stamboom geregistreerd te krijgen, maar mensen die honden van hem kochten, hebben ervoor gezorgd dat deze Malamutes wel geregistreerd werden. De M’loot Malamutes waren over het algemeen groter en zwaarder dan de standaard voorschreef.
De derde naam die genoemd moet worden, is die van Dave Irwin. Hij bracht een paartje Malamutes mee uit Alaska. De nakomelingen hiervan kwamen in handen van Dick Hinman. Deze fokte hiermee een type met een langhariger vacht dan in de standaard gewenst geacht wordt. De invloed van deze laatste lijn is vrijwel geheel verloren gegaan. Een enkele voorvader van de hierna te noemen Husky-Pak-lijn van Robert Zoller behoorde tot deze zgn. Hindeman Malamutes. Tegenwoordig vinden wij een terugslag van deze voorvader in de sporadisch voorkomende woollies.
Tot 1940 werd de Malamute hoofdzakelijk gefokt om gebruikt te worden als sledehond. Veel poolexpedities, o.a. beide Bird-expedities gebruikten naast andere poolrassen, Alaskan Malamutes als trekdieren voor hun sleden. Gedurende W.O.II gebruikten ook legereenheden, gestationeerd in de poolstreken, grote aantallen Malamutes voor hun vervoer. Al deze Malamutes gingen verloren; er keerde er niet een terug. Na de oorlog in 1945, was het bestand voor de fok geschikte Malamutes zo klein, dat de A.K.C.gedwongen was, onder strikte voorwaarden, het stamboek opnieuw open te stellen voor nieuwe inschrijvingen. Honden kwamen voor inschrijving in aanmerking als zij afstamden van enige generaties Malamutes en tevens door Kampioenskwalificaties in de showring hun waarde bewezen. Voor velen al te snel, werd het stamboek weer gesloten. Gesteld kan worden dat alle huidige Malamutes afstammen van dieren uit de Kotzebue-lijn en/of de Malamutes die tegen het eind van de veertiger jaren werden ingeschreven.
 
Aan de Alaskan Malamute werd en nieuwe dimensie toegevoegd door Robert Voller en zijn vrouw Laura Voller. Zijn kwaliteit als werkende hond hoefde niet meer bewezen te worden, maar hun inziens verdiende de Malamute meer dan dat alleen. Zij brachten de Malamute als de fijne huishond onder de aandacht van de liefhebber. Onder hun kennelnaam Husky-Pak, hebben zij na 1950 schitterende Malamutes gefokt. Verder heeft Robert Zoller ook bijgedragen tot de herziening van de standaard, die in 1960 door de F.C.I. als zodanig werd overgenomen. 


De rasinformatie & foto's op deze pagina werden verzorgd door :
Alaskan Malamute Kennel ‘Of the Sequoia Lodge’ - © 2003