Komondor


Geschiedenis van de Komondor
Recente onderzoeken naar de oorsprong van de Hongaarse Herdershonden leidden naar een duidelijke taalverwantschap met de Scythen en Sumeriers. Bij gedegen analyse van de schrifttekens op kleitabletten van 4 a 5 duizend jaar geleden ontdekte men de woorden Ku-mundur, Ku-assa en Pu-ly. Deze benamingen zouden overeenkomen met de tegenwoordige namen: Komondor, Kuvasz en Puli. In de hongaarse literatuur (voorzover bekend) komt de Komondor het eerst voor in een vers van Peter Kakonyi uit 1544. Hoe het ook zij, de Komondor wordt bestempeld als een oeroud Hongaars ras.
In de moderne tijd, toen de wolf en de beer uit het hongaarse landschap verdwenen en de kudden schaarser werden, werd de behoefte aan deze uitzonderlijke bewaker ook minder. De twee wereldoorlogen waren bijna fataal voor de Komondor. Als bewaker van hof, erf en mens werd hij tijdens oorlogshandelingen veelal letterlijk neergeknald. Kenners in Hongarije vertellen, dat er na de tweede wereldoorlog in Hongarije nog geen twintig exemplaren waren overgebleven met dat bestand is men aan het werk gegaan om het ras te behouden. Tegenwoordig, na ruim 45 jaar, bedraagt het aantal (geregistreerde ) Komondors in Hongarije ongeveer 2000. In Amerika, waar de Komondor nog regelmatig gebruikt wordt voor zijn oorspronkelijke werk: bewaking van de veestapel, telt men ongeveer 1500 exemplaren. In Nederland zijn er waarschijnlijk niet meer dan 50, en hun aantal in de ons omringende landen is eveneens zeer gering. Wereldwijd wordt het totale bestand aan Komondors geschat op minder dan 5.000 honden.


komondorKarakter van de Komondor
Je moet de Hongaarse puszta's gezien hebben, om te ervaren hoe immens die uitgestrektheid is. Met daarop het ontelbare vee. Er was geen herder die dat allemaal kon overzien. Logisch dan ook, dat zij drijvende en bewakende honden moesten hebben, die het werk zelfstandig konden doen. En dan uiteraard wel onder alle omstandigheden; 's zomers in de zinderende hitte en 's winters in de gemeenste kou. (Hongarije heeft een landklimaat; dit betekent in de zomer zeer hoge en in de winter extreem lage temperaturen!). De Komondor is dus een hond die zijn werk volledig zelfstandig verricht. Hij is een zelfdenker, de je het bewaken absoluut niet hoeft te leren. Hij beoordeelt eigenmachtig elke situatie en handelt naar eigen inzichten. Hij zit derhalve niet te wachten op commando's van zijn baas. Deze karaktereigenschap is zeer zwaarwegend en een Komondor eigenaar moet hiervan volledig doordrongen zijn! Het betekent echter niet, dat een Komondor niet naar zijn baas moet luisteren en aan hem of haar ondergeschikt moet zijn. Dat moet hij wel degelijk, anders is hij de baas. Het betekent echter ook, dat hij niet slaafs en zonder nadenken de wensen van zijn baas uitvoert. Als hij een commando krijgt, zal hij altijd eerst zelf nadenken waarom en/of dat wel nodig is, voordat hij doet wat van hem gevraagd wordt. De Komondor is dus niet bij uitstek een hond voor de africhting of om 'kunstjes' te leren. Komondors zijn uitermate trouw aan hun baas, maar dan wel op basis van wederzijds respect. Straf hem nimmer ten onrechte en inconsequent, want dat begrijpt en verdraagt hij niet. Agressie wekt bij de Komondor agressie op, met alle gevolgen van dien.

komondor puppyDe Komondor is zeer eerlijk en recht door zee. Hij valt dan ook altijd frontaal aan; nimmer van achteren. Typisch voor dit ras is dat hij bij het gevecht, opgericht staand op de achterbenen, zijn zeer machtig geschapen voorbenen gebruikt. De Komondor legt zijn tegenstander gewoon neer. Ondanks zijn grootte en gewicht is hij extreem snel en elastisch. Hij verstaat zonder moeite de kunst om in volle vaart via een sprong in de lucht 180 graden te draaien! En dat terwijl sommige honden van 5-6 jaar oud toch een gewicht kunnen hebben van rond de 80 kilo! Overigens, van dat gewicht is op die leeftijd pakweg 20 kg vacht. Dit vormt dan ook een echt pantser, waardoor de Komondor tegen vijanden vrijwel volledig wordt beschermd. Zo lomp als een pup kan zijn, omdat hij zijn kracht en gewicht nog niet kent, zo voorzichtig is een volwassen Komondor. HIj is bij uitstek een kindervriend en werd dan ook veelvuldig voor kinderbewaking, als babysit gebruikt. Waarschijnlijk het meest waardevolle van de Komondor, ten opzichte van soortgelijke rassen, is zijn vermogen om goed van kwaad te onderscheiden. Hij voelt heel goed aan of een vreemde met goede of slechte bedoelingen zijn baas of zijn te verdedigen territorium nadert.

Rasstandaard van de Komondor

Algemeen
komondorDe Komondor is een grote hond. Zijn aantrekkelijke gestalte en waardige voorkomen dwingen respect en bewondering af, maar zullen sommige mensen ook angst inboezemen. Hij is niet aanhalig. Zijn lange haar heeft de neiging te vervilten, te klitten en geweldig vol te zijn over het hele lichaam. Daardoor lijkt het sterke gestel nog robuuster dan het al is. Hij is kwadratisch van bouw, eventueel iets langer dan hoog. Zijn hoofd is net een kluwen haar. De witte beharing springt vanaf het lichaam op. Er komen maar zelden exemplaren voor met een ideale vacht.
De staart wordt hangend gedragen, terwijl het uiteinde tot een horizontale lijn wordt omgebogen. De Komondor is een herdershond van Aziatische afkomst. Tijdens het bewaken van vee en van het huis toont hij een onwankelbare moed en veel lef. Zonder enig geluid valt hij brutaal aan. Hij beschouwt het terrein dat hem is toevertrouwd als zijn territorium.


Hoofd
Breed, maar in goede verhouding tot het lichaam. Zelfs met de lange en overvloedige beharing lijkt het hoofd nog in verhouding. De gewelfde schedel is langer dan de snuit. De stop is matig. De welving van het voorhoofd duidt op een breed hoofd. Goed ontwikkelde wenkbrauwbogen en een rechte neusrug. De snuit is niet spits. De neuspunt is recht afgestompt.
De zeer brede en middelmatig lange boven- en onderkaak zijn bijzonder goed gespierd. Zowel de neuspunt als de lippen en de oogranden zijn zwart. De lippen liggen dicht tegen het gebit aan en zijn in de mondhoeken gekarteld.


Gebit
Krachtig, regelmatig en scharend.


Oren
Ter hoogte van de bovenkant van de schedel aangezet en direct omlaag hangend. Ze zijn lang en hangen in U-vorm. Ze blijven onbeweeglijk, of de hond nu waakt of aanvalt.


Ogen
Recht geplaatst. Donkerbruin van kleur. De oogranden liggen dicht aan.


Lichaam
De hals vormt een hoek van 35° met de waterpaslijn, en wordt in rust bijna in het verlengde van de ruglijn gedragen. De hals is matig lang, eerder kort. Geen keelhuid of kraagje. De schoft is tamelijk lang en goed zichtbaar. De rug is kort en de lendenen zijn middelmatig lang. De hele bovenbelijning is breed en sterk gespierd. Dat is zelfs nog zichtbaar onder de uitstaande vacht. Het kruis is breed, middelmatig lang en licht hellend. De borst is middelmatig diep, tonvormig en lang. De brede voorborst is sterk gespierd. De buik is niet zo lang als de borst.
Schouderhoogte: reuen ongeveer 80 cm, teven ongeveer 70 cm.
Gewicht: reuen 50-60 kg, teven 40-50 kg.


Benen
Door het lange en warrige haar is het heel moeilijk de ledematen juist te beoordelen. De voorbenen zijn net zuilen. De schouderbladen zijn enigszins steil. De schoudertoppen vallen in het vlak van de borst. De breedte van de borst maakt dat de ledematen vrij zijn, maar deze spreiding houdt niet in dat de schouders los zijn. De botten zijn sterk en zwaar. De gewrichten zijn groot. Op de achterbenen is het haar bijna altijd vervilt of verward.
De achterbenen gaan haast in het geheel van de achterhand op. Ze zijn wat steil onder de,romp geplaatst. De boven- en onderschenkel liggen in het verlengde van de achterhand. Ze moeten breed, gespierd en goed vol zijn. De dijen moeten lang zijn, anders zou het hangende haar niet ten volle uit kunnen komen en dat als een fout worden bestempeld. Als de achterhand breed is, moet de stand van de achterbenen goed zijn. Hubertusklauwen moeten worden verwijderd.


Voeten
De voorvoeten zijn groot en vrij gedrongen, maar geen spreidvoeten. De volle, veerkrachtige zolen zijn leisteengrijs van kleur. Sterke nagels. De achtervoeten zijn iets langer dan de voorvoeten, maar ook dit zijn geen spreidvoeten.


Staart
Laag aangezet. Hangt omlaag en buigt aan het einde iets omhoog. Als de hond opgewonden is, wordt de staart tot op de ruglijn opgeheven.


Vacht
Het lichaam is bedekt met een lange vacht die bestaat uit grovere dekharen en fijnere wolharen. De onderlinge verhouding tussen beide bepaalt de kwaliteit van de vacht. Vereist is verward haar dat de neiging heeft te vervilten. Men ziet ook een gelijkmatige, dichte vacht, bestaande uit haarstrengen. De vrij kleine krullen van zo'n soort vacht vervilten nooit. Het haar is het langst op de achterhand en op de lendenen (minstens 20-27 cm). Op de rug, de zijden van de borstkas en de schouders is het haar middellang (minstens 15-22 cm). Het is korter op wangen, wenkbrauwbogen, schedel, oren, hals en ledematen (10-18 cm). Het haar is het kortst op de lippen en op het onderste deel van de benen (9-11 cm). Haarverlies (na het werpen, door een ziekte of door onvoldoende voeding) is geen fout, behalve op tentoonstellingen.


Kleur
Het haar bevat veel pigment en is doorgaans leisteengrijs van kleur. De neuspunt, lippen, oogranden en zolen zijn zwart of donker leisteengrijs van kleur. Bij voorkeur zijn ook het tandvlees en het verhemelte donker van kleur. Zelfs de huid toont een leisteengrijze weerschijn.
Exemplaren met een verminderde pigmentatie of met een vleeskleurige huid zijn niet gewenst. De nagels moeten grijs zijn.


Bijzonderheden
Gangen: licht, gemakkelijk, statig; lange passen; overdag slaapt de hond graag, maar altijd zo dat hij zijn territorium kan overzien, terwijl hij 's nachts voortdurend in beweging is.

Fouten: het ras vertoont weinig fouten in het type en is zeer homogeen, al heel lang gefokt op dezelfde kenmerken; hier volgen de gebreken die zelden worden geconstateerd: klein formaat, losstaande schouders, spreidvoeten, slappe voeten, uitstaande achterbenen, onvoldoende pigmentatie van oogranden, lippen en eventueel neuspunt, kronkelstaart, fouten in het gebit, met name van de snijtanden.

Diskwalificerende fouten: kort haar op welk lichaamsdeel dan ook; opstaande oren, lichte oren; korte staart; gekleurde of bonte vacht; zwakke constitutie van het hele lichaam; cryptorchisme of monorchisme.

Punten die uitsluiten: ontbreken van het type; een stuk gekamde hond; afmetingen beneden het minimum (65 cm voor reuen, 55 cm voor teven).

Bijzonderheden: van nature staande oren; twee haken in de staart (staartwervels op twee plaatsen samengegroeid of scheefgegroeid).

Vacht: algemeen pigmentatiegebrek, met name op de neuspunt, lippen en oogranden; een vacht die niet overeenkomt met de standaard; glad haar; een exemplaar met onvoldoende haar of te vervilt haar krijgt minimaal zes maanden uitstel.

Afwijkingen: monorchisme, cryptorchisme; boven- of ondervoorbijten; afwezigheid van tanden (ontbreken van één of twee premolaren kan worden toegestaan).

Verzorging van de Komondor
De Komondor ruit net als de meeste honden. Het uitgevallen haar blijft echter in de vacht zitten en vormt de koorden of banden. Dus naarmate de hond ouder wordt, worden de koorden of banden langer. Omdat uitgeruid haar in de vacht blijft zitten , vindt je van de Komondor in huis nauwelijks haren. Rond de 1e verjaardag begint de vervilting. Afhankelijk van de verhouding onder -en bovenvacht, kan het nodig zijn om te helpen de koorden te vormen. Dat betekent simpelweg brede of dikke plakkaten in delen te scheuren. De aldus gevormde koorden zijn blijvend. Mede dankzij zijn vachtstruktuur is de Komondor opgewassen tegen extreme temperaturen, zowel warmte als kou. Hij is dan ook heel graag buiten, en heeft graag de ruimte.

De koorden -of bandenvacht van de Komondor ontlokt vrijwel altijd altijd de opmerking dat die zeker veel onderhoud nodig heeft. De werkelijkheid is, dat de vacht van de Komondor vrijwel geen onderhoud nodig heeft, Om de eenvoudige reden, dat je het niet kunt kammen of borstelen. 1, misschien 2 keer per jaar wassen, dat is vaak. Vaak is het echter afhankelijk van de wijze waarop de hond wordt gehouden (in of buitenshuis). Het wassen is op zich geen probleem: gewoon onder de douche en een fles shampoo. Goed uitspoelen en uitwringen is zeer belangrijk. Maar dan het drogen! Dat kan van twee tot vier dagen duren, afhankelijk van de vacht en de weersomstandigheden. Bij voorkeur dus een wasbeurt in de zomermaanden. Het is wenselijk om de snor en de baard tussen de wasbeurten door regelmatig uit te spoelen.

Opvoeding van de Komondor
De Komondor is een hond die nog vrij dicht bij de natuur staat en vaak naar eigen inzicht instinctief handelt. De opvoeding moet dan ook consequent zijn, maar moet wel gebaseerd zijn op wederzijds respect.

De Komondor heeft een ongecompliceerd karakter en wanneer hij uw huisregels eenmaal begrijpt, zal hij ze niet overtreden. Ondanks zijn eerlijk karakter vraagt dit ras wel om een baas die stevig in zijn schoenen staat.

Omdat de Komondor alleen een bevel opvolgt wanneer hij er zelf het nut van inziet, is hij niet erg geschikt voor gehoorzaamheidscursussen en aanverwante sporten.

De Komondor heeft een gemiddelde beweging nodig. Het liefst loopt de hond los op een afgezet, omheind terrein waar hij zijn oorspronkelijke taak, het waken, kan uitoefenen.