Nieuws
Nieuws archief » Honden en katten verlagen het risico op allergie├źn bij kinderen
Do. 16-06-2011

Huisdieren verhogen het risico op allerhande allergieën bij de kinderen niet, in tegenstelling tot wat veel ouders vermoeden. Uit een Amerikaanse langetermijnstudie blijkt dat de ontwikkeling van allergieën zelf geremd wordt als kinderen op zeer jonge leeftijd in contact komen met honden en katten.

Menige ouder denkt dat dierenharen bij de kinderen allergieën of astma uitlokken. Maar de wetenschap ontkracht dit stereotiepe denkbeeld. In gezinnen waar honden of katten in huis leven, komen allergieën hoogstens evenveel voor als in gezinnen zonder huisdieren.

Gunstig effect

Werden de kinderen in de loop van het eerste levensjaar blootgesteld aan een kat, dan daalt het aantal gevallen van kattenallergie zelfs met de helft. Is de viervoeter van dienst een hond dan treedt dit gunstige effect op hondenallergie alleen op bij jongens. Dat de aanwezigheid van een hond voor meisjes van geen invloed is, kan volgens de onderzoekers te wijten zijn aan de andere manier waarop meisjes ermee omgaan.

Cruciaal eerste jaar

"Wij leveren nieuwe aanwijzingen voor het grote belang van het eerste levensjaar op de gezondheid in latere jaren", aldus dokter en biostatistica Ganesa Wegienka (Henry Ford Hospital Detroit). Ze leidde een team met ondermeer wetenschappers van het Medical College of Georgia en baseerde zich op een allergiestudie van kinderen die in 1987 of 1988 geboren zijn. Hun gezondheid en levensstijl werd jaarlijks aan de hand van interviews gevolgd. De populatie bestond uit 565 jongeren van 18 jaar van wie men exact wist vanaf wanneer en hoe lang ze met een huisdier onder een dak hadden geleefd.

Het team van Wegienka wil de invloed van huisdieren op het zich ontwikkelende immuunsysteem verder onderzoeken en daarbij kortere termijnen in ogenschouw nemen. Ze proberen de invloed binnen de eerste drie levensmaanden of zelfs binnen de eerste vier weken te meten. Onmiddellijk na de geboorte is het menselijke immuunsysteem nog weinig ontwikkeld en derhalve erg gevoelig voor ziektekiemen. Het is door het contact met de buitenwereld dat het lichaam antilichamen en afweermechanismen ontwikkelt.