ENKELE VRAGEN OVER VACCINATIES IN HET ALGEMEEN 

Mag een vaccinatie op gelijk welk tijdstop gegeven worden?
Neen, er zijn enkele voorwaarden. 

Ten eerste: het dier moet in goede conditie verkeren, dus mag absoluut niet ziek zijn. Een vaccinatie vergt immers een actieve afweer van het lichaam om antistoffen te kunnen produceren tegen de ziektekiemen.
Een ziek dier heeft ofwel een verzwakte afweer, of de afweer is actief ten opzichte van de ziektekiemen die het dier nu ziek maken. Dan een vaccin toedien is een zware belasting vaoor de afweer die toch al volop aan het "vechten" is : ofwel wordt het dier dan nog zieker, ofwel slaat het vaccin niet aan, en is het dier ondanks de vaccinatie nog niet beschermd ten opzichte van bovengenoemde ziekten.
.
Ten tweede: de leeftijd
Een pupje of kitten enten voor de leeftijd van 6 weken heeft geen zin. Immers zulke jonge diertjes krijgen antistoffen van het moederdier mee, via de moederkoek en/of moedermelk. Wanneer men een vaccin toedient, wanneer er zulke antistoffen (maternale antistoffen) circuleren in het lichaam van zo'n jong ding, zullen de antistoffen het vaccin vernietigen, zodat het diertje geen bescherming zal krijgen van het vaccin. De maternale antistoffen verdwijnen langzaam uit het lichaam van het pupje/kitten. De leeftijd waarop deze verdwenen zijn varieert : tussen de 6 en 12 weken leeftijd zijn de maternale antistoffen verdwenen, en pas dan zal de vaccinatie nuttig werk doen. Het probleem is dat je niet aan het diertje kan zien (behalve via een vrij duur bloedonderzoek, wat zelden gedaan wordt) of de maternale antistoffen verdwenen zijn : bij het éne diertje is dat inderdaad op 6 weken, bij het andere diertje is dit op 12 weken leeftijd. En daarom moeten jonge diertjes minstens 2x gevaccineerd worden : de zogenaamde baby-enting en de rappelvaccinatie. Bij kittens wordt dit op 9 en 12 weken gedaan, bij pups op 6,9 en 12 weken.

2) Geeft een baby-enting een volledige bescherming?
Neen, en wel om de reden besproken in vraag 1. Daarom moet je als eigenaar toch nog zeer voorzichtig zijn met je pupje/kitten. Kitten hou je best binnenshuis, zodat ze geen contact kan krijgen met andere katten of uitwerpselen van andere katten. Zelf blijf je best ook uit de buurt van andere katten, zeker wanneer je niets over hun gezondheid weet.
Pups mogen niet op hondenweiden waar een grote concentratie honden (en uitwerpselen !) is. Bij het buitenshuis wandelen goed opletten dat de pup niet snuffelt aan uitwerpselen en/of plasjes van andere honden. Neem zelf ook de nodige voorzichtigheid en hygiëne in acht wanneer je contact gehad hebt met andere honden, vooraleer je je pup manipuleert. Deze voorzichtigheid hanteer je tot je pup/kitten de rappelvaccinatie heeft gehad op 12 weken leeftijd. Het baby-vaccin geeft bescherming ,maar slechts gedeeltelijk.

3) Waarom is een rappel-vaccinatie nodig?
a) Het belang van de rappel-vaccinatie op 12 weken leeftijd is uitgelegd bij vraag 1 en 2.
b) De vaccinaties moeten jaarlijks herhaald worden, een zogenaamde rappel-vaccinatie. Het is zo dat het vaccin een bescherming geeft die ongeveer een jaar lang werkzaam blijft. Wordt het vaccin na een jaar niet herhaald, zal de bescherming langzaam afnemen tot nul. Zo'n herhalingsvaccin wakkert de afweer van het lichaam weer aan tot de productie van antistoffen, die op hun beurt weer een jaartje actief blijven. Bij vaccins bij de mensen moeten er ook rappels gegeven worden, bijvoorbeeld jaarlijks bij het griepvaccin, en om de 5 jaar bij tetanusvaccin. Het is zo dat sommige fracties in een vaccin (bijv. de rattenziekte fractie bij de hond) een langere immuniteit geven dan een jaar en dat men die fractie dan slechts om de 2 à 3 jaar zou moeten toedienen. Maar weerom kan men dit niet "zien" aan het dier dat het nog immuun is, tenzij via dure bloedonderzoeken. Daarom worden de vaccins veiligheidshalve jaarlijks toegediend in een zogenaamde "cocktail" (een mengeling van de verschillende ziekteverwekkers)

4) Heeft een oud dier nog een vaccin nodig?
Eigenaars zijn dikwijls bang om een oud dier te laten vaccineren, of denken dat dat helemaal niet meer nodig is.
Zeker een oud dier heeft het nodig ! Immers : de afweer van een oud dier is al niet meer zo sterk als bij een jong lichaam. Een banale verkoudheid bij een oud dier zal makkelijker naar een longontsteking evolueren dan bij een jong dier : het oude lichaam reageert niet meer zo vlot en heeft minder weerstand. Kortom, een ouder dier is meer vatbaar voor allerlei ziektekiemen en heeft dus zeer zeker bescherming van een vaccin nodig. Als het dier gezond is wanneer het gevaccineerd wordt, zal het zeer zeker geen hinder ondervinden van het vaccin.