Ouderdom bij de hond

Onze honden worden ouder, net als wij. Dat is natuurlijk prettig maar ook bij honden komt de ouderdom met gebreken. Het is een feit dat wij de meeste van onze honden overleven, en dus in ons mensenleven met een aantal ouder wordende honden te maken krijgen. Oudere honden hebben vaak minder zin in spelen of uitgaan en de gedragsveranderingen die gepaard gaan met de veroudering van de hersenen, hebben vaak invloed op de verhouding tussen baas en hond. Door dit probleem te herkennen zijn er mogelijkheden om de geestelijke gezondheid van een oudere hond op peil te houden. In lang niet alle gevallen is er overigens sprake van een merkbare aftakeling. Het is een culturele gewoonte om veroudering als onvermijdelijk te beschouwen. Dankzij allebei vernieuwingen in de diergeneeskunde zijn dierenartsen in staat om de lichamelijke problemen die bij het ouder worden horen, deels op te lossen of in ieder geval af te remmen. Dankzij het gemak van bloeddrukverlagende medicijnen voor hartproblemen, de dieetvoedingen voor bijvoorbeeld nierpatiënten, moderne ontstekingsremmende en pijnstillende medicijnen kan een dierenarts de 'derde' leeftijd van de hond probleemloos aanpakken. Die lichamelijke verbetering van oude honden leidt vaak tot de vraag om aandacht voor gedragsverandering. Wat heeft een hond aan gesmeerde gewrichten en een goed functionerend hart als hij geen zin meer heeft om te wandelen? 
Nu moet een dierenarts, en natuurlijk ook de eigenaar, de gedragsveranderingen wet herkennen. Een dierenarts is er in getraind om veranderingen in tal van lichaamsfuncties te herkennen, maar gedragsveranderingen en dan vooral de oorzaak hiervan zijn lastiger te herkennen. Wat zijn nu die veranderingen die veroorzaakt worden door het ouder worden van de hersenen?

-Wat kunnen we dan hieraan doen?:
In eerste instantie moet u als eigenaar de gedragsveranderingen die gepaard gaan met het ouder warden, herkennen. U moet er ook van overtuigd raken dat er wet degelijk iets aan te doen is. Dit kan vaak goed in samenwerking met uw dierenarts en een gedragtherapeut voor honden. De dierenarts is noodzakelijk om in eerste instantie alle lichamelijke klachten na te kijken en uit te sluiten. Daarnaast kan uw dierenarts eventueel een gedragsmedicijn voorschrijven dat kan helpen de aftakelende processen op hersenniveau te verminderen. Maar ook voor u is een belangrijke taak weggelegd. Alleen het geven van een pilletje is onvoldoende om uw 'oude' hond weer wat plezier in zijn leven te geven. U zult, soms onder begeleiding, opnieuw moeten gaan trainen met uw hond. Nu is de training er niet op gericht om de hond allerlei nieuwe dingen aan te leren, maar is vooral gericht op het motiveren om uw hand weer dingen te laten ondernemen. Zoekspelletjes, aandachtoefeningen of het apporteren van allerhande zaken, zijn ideale manieren om uw hond te motiveren in het zelfstandig uitoefenen van allerlei handelingen.

-Tenslotte
:
De verzorging van veroudering van honden (maar ook van katten) krijgt een steeds grotere plaats in onze samenleving. Het is echter jammer dat veel eigenaren, maar ook dierenartsen en gedragsdeskundigen, nog niet volledig op de hoogte zijn van de vele mogelijkheden die er zijn om het leven en daarmee de levensvreugde van hun dier te verbeteren. Dit verbeteren kan gericht zijn op het lichamelijke deel, maar het zou ook gericht moeten zijn op het geestelijke deel van een hond. Een hond bestaat nu eenmaal uit meer dan pezen en spieren die aangedreven worden vanuit de hersenen. Onwetendheid leidt vaak tot verkeerde conclusies of besluiten. De verouderingsproblemen afdoen met 'hij wordt nu eenmaal ouder en daar is niets tegen te doen' of 'ik wil niet dat hij lijdt, ik heb liever dat hij een mooie dood sterft' kunnen na het lezen van dit artikel niet meer aan de orde zijn. De kennis van het ouder worden van gezelschapsdieren neemt ook een steeds groter deel in van het takenpakket van een dierenarts. Het 'oude gebakje' zal meer en meer de aandacht van dierenartsen krijgen. Gedragsdeskundigen zullen daar dus ook steeds meer mee te maken krijgen. Dus ook de noodzaak voor dierenarts en gedragsdeskundige om ook op dit gebied samen te werken. Waar de één de kennis heeft over de lichamelijke aspecten van het ouder worden en medicijnen, heeft de ander de kennis van gedrag en de kennis van de invloed van bepaalde medicijnen op dat gedrag.