Leiderschap en ouderschap

Leiderschap en ouderschap
 Jarenlang is het een mythe geweest dat je je leiderschap ten opzichte van je pup voortdurend moet bevestigen om te voorkomen dat hij het niet van je over gaat nemen en de baas wordt. Veel trieste hondenlotgevallen en veel problemen zijn uit deze mythe voortgekomen.
We zouden kunnen stoppen het leiderschap te noemen en het liever ouderschap noemen, want dat is namelijk wat het is. Het is bovendien zeer logisch. Wanneer wolven of wilde honden een roedel vormen, gebeurt dat in de regel met als basis twee honden die een paar vormen en een nest krijgen. Deze pups groeien op onder de geduldige, liefdevolle en verzorgende aandacht van hun ouders. Niemand is geduldiger en liever voor hun jongen dan honden en wolven. De pups kunnen tegen hun ouders tekeer gaan zonder er enige vorm van straf voor te krijgen. Wanneer de ouders een prooi hebben gevangen, eten ze wat en gaan ze vervolgens eerst naar de pups voordat ze zichzelf vol eten.

De eerste maanden in het leven van een pup bestaan alleen maar uit zekerheid en liefdevolle ouders, spel met de andere pups en een betrouwbare opvoeding. Tot de 8 à 9 weken oude pup bij zijn nieuwe eigenaren komt, die hem aan het nekvel schudden omdat hij iets “verkeerd” deed. Of die hem op zijn rug leggen, tegen hem schreeuwen en veel andere dingen doen die de totaal onvoorbereide pup de schrik van zijn leven bezorgen. De kleine pup krijgt een shock. Hij wordt bang, onzeker, hij mist volledig vaste grond onder zijn voeten. En dan beginnen de problemen. De bange kleine pup gromt wanneer iemand hem beetpakt, want hij is bang om weer straf te krijgen.
Mensen roepen wat over leiderschapproblemen, adviseren de pup harder aan te pakken en dan zijn we een weg ingeslagen die alleen maar zal leiden tot nog meer problemen en een leven vol ellende voor de hond. Een kleine hond komt vol vertrouwen bij je. Hij verwacht dat zijn nieuwe ouders net zo geduldig en liefdevol als hij gewend is. Vergeet het woord leiderschap bij een pup. Denk in termen van ouderschap.
Natuurlijk moet de kleine pup de regels van het huis en andere dingen leren, maar niet alles in één keer! En dat lukt prima als je de kleine pup net zo behandelt al je je eigen kinderen hebt behandeld toen ze klein waren. Misschien zelfs nog wat zorgvuldiger? Honden zijn namelijk fantastische ouders, waar wij nog veel van kunnen leren.

Tot een pup 4 à 4½ maanden oud is, leeft hij op een “puplicentie”. Dat wil zeggen dat ze behoorlijk wat mogen doen voordat de volwassen honden reageren. En wanneer er met ze ‘gepraat’ wordt, gebeurt dat op een constructieve en niet-gewelddadige manier. Waarom grijpen wij mensen zo makkelijk naar fysiek geweld?
Denk je eens in hoe ongelofelijk angstig het moet zijn voor een kleine hond om bedreigd en fysiek aangepakt te worden door een reus die vele malen groter is dan hijzelf. Vervolgens beginnen de eigenaren te klagen dat de hond slecht hoort, dat hij niet komt wanneer ze roepen en vele andere kleine problemen die in het dagelijks leven tamelijk lastig kunnen zijn.
De pup heeft geleerd om te proberen de eigenaar te ontlopen door te doen of hij er niet is, en hij gebruikt heel veel kalmerende signalen om zijn eigenaar weer aardig te maken. Wanneer dat geen nut heeft, kan de hond op den duur stoppen met het gebruiken van kalmerende signalen. De hond zal dan leven in een wereld zonder andere taal dan de taal van geweld. Ze kunnen hun eigen taal niet gebruiken, omdat niemand er rekening mee houdt. Ze worden taalloos. Er zijn ontzettend veel hond die volledig passief zijn en niets durven ondernemen, niet nieuwsgierig durven zijn. Ze hebben het gewoonweg opgegeven om hond te zijn. Dit zijn de honden die men meestal erg braaf noemt. Ze zijn niet braaf – ze hebben het opgegeven. Andere honden raken dusdanig gestresst dat ze een probleem voor hun omgeving worden. De voortdurende onzekerheid waaronder ze leven maakt dat ze een chronisch stressniveau opbouwen, wat dan weer kan betekenen dat ze de inventaris vernielen, blaffen, bang worden voor geluiden, mensen en andere honden, zogenaamd agressief worden, aan de riem trekken enzovoorts.

Een veilige, vriendelijke en zorgzame puppytijd en wat geduld wanneer de ‘puberjaren’ beginnen, met ouders die rekening houden met het feit dat de pup laat zien wat hij voelt, maakt dat de pup zich kan ontwikkelen in samenspraak met zijn roedel. In plaats van hem te onderdrukken met een gewelddadig leiderschap, geven we de hond de basis die hij nodig heeft om een harmonische en goed functionerende hond te worden. Bedenk dat honden die pups opvoeden daar perfecte honden van maken.
Wolven die hun jongen opvoeden maken daar perfecte wolven van. Wanneer wij pups opvoeden krijgen we meestal problemen. Het is tijd om eens goed te kijken naar wat leiderschap eigenlijk is. Als je er heel nuchter naar kijkt is het niets anders dan goed ouderschap. Wanneer de pup in huis komt, neem je gewoon de rol op je die een ouder heeft wanneer er een kind in het gezin komt. Wij maken kleine kinderen ook niet meer bang, dat wordt in ieder geval niet langer geaccepteerd. We moeten daarom ook niet accepteren als het om pups gaat.